Direct naar inhoud
Direct naar zijbalk

Hoe creëer ik draagvlak voor inclusie?

Steun voor jouw ideeën

Het is fijn om draagvlak te hebben: als mensen om je heen jou begrijpen en aan jouw kant staan. Met een goed draagvlak kan je mensen makkelijker overtuigen dat inclusie nodig is.

Toch kan het moeilijk zijn om iedereen op één lijn te krijgen. Mensen krijgen informatie mee uit verschillende bronnen, die soms heel tegenstrijdig zijn. En is draagvlak eigenlijk wel nodig, voordat je een besluit kan nemen? IDEM biedt handvatten om de dialoog aan te gaan.

De dynamiek van draagvlak

Voor veiligheid, gelijkwaardigheid en wederzijds begrip zijn minstens 3 dingen nodig:

Normstelling betekent dat je nieuwe regels bepaalt. Een nieuwe regel kan bijvoorbeeld zijn dat we elkaar niet meer slaan op school. (Vroeger was het normaal voor leraren om leerlingen te slaan.) Normstelling draagt bij aan draagvlak: het gevoel dat onze normen en waarden heel gewoon zijn. Maar normstelling leidt ook tot weerstand, omdat mensen met een andere mening net zo veel inspraak willen in de normen.

Draagvlak betekent dat veel mensen het met elkaar eens zijn. Het zorgt ervoor dat normstelling eerder wordt geaccepteerd. Maar een groot draagvlak kan ook weerstand creëren: mensen met een ander uitgangspunt gaan dan in het harnas, omdat ze zich door het grote draagvlak overweldigd voelen. Daardoor wordt juist weer meer aan de normstelling getwijfeld.

Omgang met weerstand betekent dat je in gesprek gaat met mensen die anders denken. Zulke gesprekken helpen om het draagvlak voor jouw eigen ideeën te verbreden. Maar het kost energie om de dialoog aan te gaan over weerstand, en met minder energie kan het draagvlak kleiner worden. Door de dialoog aan te gaan met mensen die weerstand voelen, komen er ook weer nieuwe ideeën op, waardoor juist weer nieuwe normen nodig kunnen zijn.

Waar richt jij je op?

  • Heb jij sociale macht, en kan je goed luisteren? Dan kan je beginnen met normstelling.
  • Enthousiasmeer je graag mensen, ook wanneer zelf weinig sociale macht hebt? Dan kom je goed tot je recht in het creëren van draagvlak.
  • Ben je iemand die dingen goed kan verwoorden tussen verschillende groepen, en die veel geduld heeft? Dan kan je schitteren in omgaan met weerstand.

Is draagvlak altijd nodig?

De vraag is of draagvlak echt nodig is voordat je een norm stelt. Soms kan het beter zijn om juist eerst nieuwe sociale regels vast te leggen, op basis van wat er het meeste nodig is.

Denk bijvoorbeeld eens aan het huwelijk tussen mensen met verschillende huidskleuren. Op veel plekken in de wereld was dit lange tijd illegaal. Toch veranderde de wet zodat het legaal werd om te trouwen. Daarbij is niet gewacht op breed maatschappelijk draagvlak. Toen dit in alle staten van de VS legaal werd, lag het draagvlak pas op minder dan een kwart van de bevolking. De rechters daar kozen voor radicale inclusie, omdat het rechtvaardig was. Door de nieuwe normstelling konden veel meer mensen trouwen, en daardoor werd het draagvlak vervolgens versterkt.

De blik van het Antidiscriminatiekeurmerk

Carolien Wanrooy (voorzitter Antidiscriminatiekeurmerk) schrijft dat het wachten op draagvlak structurele ongelijkheid in stand houdt. Dat komt hierdoor, zegt ze:

  1. Draagvlak bevestigt de status quo. Als discriminatie pas wordt aangepakt wanneer een meerderheid er klaar voor is, betekent dit dat de groep die ongelijkheid ervaart, afhankelijk blijft van de bereidheid van anderen. Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ook in strijd met mensenrechten.
  2. Macht en privileges worden ongemoeid gelaten. Draagvlakdenken gaat uit van consensus, maar discriminatie vraagt juist om het doorbreken van machtsstructuren en privileges. Wie profiteert van het systeem heeft vaak geen prikkel om te veranderen.
  3. Urgentie verdwijnt. Ongelijke behandeling is geen kwestie van opinie, maar van recht. Wachten tot iedereen het “eens is” reduceert een urgent probleem tot een kwestie van voorkeur.

Wat werkt dan wel?

  • Normstelling: Heldere kaders en verplichtingen, vergelijkbaar met veiligheids- of kwaliteitsnormen. Antidiscriminatie moet net zo vanzelfsprekend worden geborgd.
  • Toetsing en verantwoording: Organisaties moeten kunnen laten zien wat ze doen en welke resultaten dat oplevert. Niet vrijblijvend, maar meetbaar en toetsbaar.
  • Leiderschap: Verandering vraagt om moedige keuzes van bestuurders en leidinggevenden die verantwoordelijkheid nemen, ook als het schuurt.

Carolien Wanrooy schrijft ook:

“Antidiscriminatie kan niet afhankelijk zijn van draagvlak. Het gaat niet om welwillendheid, maar om rechtvaardigheid en naleving. Wie wacht tot iedereen erachter staat, accepteert feitelijk dat discriminatie mag blijven bestaan. Het alternatief is duidelijk: duidelijke normen, toetsbare processen en leiders die verantwoordelijkheid nemen.”

Het gesprek aangaan

Er zijn veel manieren om het gesprek over jouw ideeën op een fijne manier aan te gaan. IDEM biedt een aantal praktische tips.

  1. Benadruk wat we met elkaar gemeen hebben. We willen bijvoorbeeld allemaal graag gezien worden als onszelf, onze eigen denkbeelden hebben, en veilig zijn. Dit zijn eigenlijk allemaal woorden voor diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie.
  2. Verzand niet in debatten over wat aangeboren is, wat aangeleerd is, wat een “ziekte” is, en wat een keuze is. Als je iemand wil overtuigen, blijft het onderwerp nogal eens steken in zo’n discussie. Je zet inclusie daarmee ook neer als iets voorwaardelijks. Iedereen heeft het recht heeft om gewoon zichzelf te zijn, ongeacht hoe hun identiteit is ontstaan.
  3. Zie woorden als ingang, niet als eindpunt. De betekenis van beladen woorden verandert elke dag. Bespreek het als woorden pijn doen, én kijk tegelijk naar wat er breder speelt.
  4. Erken vervreemding. We kunnen ons allemaal vervreemd voelen bij mensen die we minder goed kennen. Natuurlijk zijn er wel grote verschillen in hoeveel discriminatie mensen ervaren. Benoem zulke verschillen, én richt je op verbinding.
  5. Herken polariserende algoritmes. Als een mediabedrijf jou als man ziet, krijgt je volautomatisch vrouw-onvriendelijke filmpjes voorgeschoteld, en andersom. Mensen komen daardoor online al snel in een fuik terecht. Leer de fuiken kennen, en rijt deze weer open door verbinding te zoeken. Breek door het hokjesdenken heen: veel mensen zijn bijvoorbeeld mannelijk én vrouwelijk, queer én gelovig, of beperkt én kerngezond.
  6. Kijk eens hoe je zelf wordt in een gesprek. Je kan samen praten over gevoelens zoals verwarring, boosheid, ongemak, willen verdedigen, en juist ook begrip, compassie, en nieuwsgierigheid. Zo kan je landen op weerstand en strijdbaarheid als de mooiste optie, maar juist ook op afstand nemen, of kennis opdoen, of nog een heel andere aanpak.
  7. Inclusieve kennisdeling en inclusieve taal. Bijna alles in de wereld zit op een spectrum: gender en geslacht, gezondheid, etniciteit, cultuur, enzovoorts. Het is mooi om zulke veelzijdigheid te erkennen in hoe je met anderen praat. Bijvoorbeeld door kennis te delen over het brede spectrum van geslacht, of over het feit dat alle mensen hetzelfde ras zijn. Kom je woorden tekort? Huur dan eens een ervaringsdeskundige in.

Met deze tips kan je de verbinding zoeken op elk onderwerp. En lukt het alsnog niet om de ander te bereiken? Dan kan je ervoor kiezen om je energie voor nu ergens anders te leggen. Met een beetje geluk heb je alsnog een zaadje geplant.

Een lijst met links

Deel deze pagina

Meer vragen over…