Direct naar inhoud
Direct naar zijbalk

Hoe zorg ik voor intersekse-inclusie? 

Intersekse in het kort

Volgens recent onderzoek is 1 op de 90 mensen intersekse. Dat betekent dat ze geboren zijn met lichamelijke kenmerken waar het maatschappelijke beeld van “man óf vrouw” te krap voor is. Ze hebben natuurlijke combinaties van lichaamsdelen (zoals chromosomen, geslachtsdelen en hormonen) die in de Nederlandse cultuur nog niet verwacht worden. In Nederland gaat het naar schatting om 190.000+ intersekse mensen: evenveel als inwoners van Almere.
 
Intersekse zijn is dus heel normaal. Toch wordt intersekse door veel professionals nog als een taboe of “stoornis” gezien. Mensen met deze ervaringen kunnen erg negatieve ervaringen hebben met discriminatie. Ook kunnen ze erg nare dingen meemaken in de zorg, met name gedwongen medische handelingen.

Zelfs in inclusieve gesprekken over de LHBTQIA+-gemeenschap worden intersekse mensen (de I in deze afkorting) meestal nog niet betrokken. Op school, in de zorg, in het welzijn, en in elke andere situatie kan meer kennis over intersekse mensen daarom een groot verschil maken.
 
In dit artikel delen we informatie over het bespreekbaar maken van intersekse, en tips voor intersekse-inclusie. Ook leer je meer over de discriminatie die intersekse mensen regelmatig meemaken.
 
(Dit artikel is opgesteld in dialoog met NNID, expertisecentrum seksediversiteit.)

Verschillende ervaringen

Iedereen wordt geboren met een eigen combinatie van geslachtskenmerken. Het woord sekse of geslacht betekent: alle lichaamsdelen die als mannelijk/vrouwelijk worden gezien. Deze kenmerken kunnen makkelijk zichtbaar zijn, zoals je baardhaar, borsten, schouders, of genitaliën. Andere kenmerken worden duidelijker als je op onderzoek gaat, zoals hormonen, organen in de buik, en chromosomen.

Alle mensen op de wereld hebben een eigen mix: je bouw, je organen, en hormoonwaardes die elke dag weer anders zijn. Iedereen heeft dus eigenlijk een uniek geslacht.

Geslacht is een heel breed spectrum. In de Nederlandse cultuur wordt dit spectrum meestal ingedeeld in man en vrouw. Die norm ziet er dan zo uit:

  • Bij het normatieve beeld van “man” horen o.a. XY-chromosomen, overwegend testosteron, een platte borstkas, en een penis.
  • Bij het normatieve beeld van “vrouw” horen o.a. XX-chromosomen, overwegend oestrogeen, borsten, baarmoeder, eierstokken, en een vagina.

Zo’n tweedeling noemen we binair. Dat woord betekent dat er maar twee keuzes zijn: het een, óf het ander. Maar veel mensen hebben lichamelijke kenmerken waar dit binaire idee veel te krap voor is. Zij zijn dan intersekse.

  • Vanuit een biologische blik betekent een intersekse-ervaring: aangeboren lichamelijke kenmerken hebben waar de ideeën over “man óf vrouw” te krap voor zijn.
  • Vanuit een sociale blik betekent een intersekse-ervaring: gediscrimineerd zijn vanwege de natuurlijke vorm van je lichaam, en onterecht als een medisch probleem gezien worden.

Sekse is een spectrum

Er zijn ontelbare intersekse-ervaringen. Een paar voorbeelden:

  • Iemand heeft chromosomen XXY, XYY, XXX, XXXX, of XO, terwijl in de schoolboeken alleen XX en XY worden genoemd.
  • Iemand heeft een uiterlijk dat als mannelijk wordt gezien, wordt opgevoed als jongen, en heeft een baarmoeder.
  • Iemand heeft een uiterlijk dat als vrouwelijk wordt gezien, wordt opgevoed als meisje, en heeft XY-chromosomen en zaadcellen.
  • Iemand heeft geslachtsdelen waar de binaire hokjes “penis of vulva” niet bij passen, en maakt daardoor ongewenste medische handelingen mee.

Er zijn nog veel meer verschillende intersekse-ervaringen. Soms is dit al bekend vanaf de geboorte. Sommigen komen er in de pubertijd achter, of op middelbare leeftijd, of helemaal nooit.
 
Er is geen harde scheidingslijn van wat als intersekse “telt.” Elke cultuur heeft andere ideeën van wat mannelijk/vrouwelijk is. Iedereen heeft een eigen plek op het brede spectrum van geslacht, ook intersekse personen.
 
Dit betekent dat er discussie bestaat over wie tot de groep behoort. Er zijn medische categorieën zoals PMOS (Stein-Leventhal) die door sommige mensen als intersekse worden gezien, en door andere mensen juist weer niet. Ongeacht de discussie over wat “telt” is het belangrijk om het hele spectrum van seksediversiteit te erkennen. De lichamelijke zelfbeschikking van iedereen staat daarin voorop.

Intersekse en transgender

Het woord voor hoe mannelijk/vrouwelijk je als persoon bent, ongeacht je uiterlijk, is: gender. Net als geslacht is gender een breed spectrum. Iedereen heeft een eigen natuurlijke plek op het genderspectrum, ook intersekse mensen. Je gender kan heel anders zijn dan je lichaamsdelen, of juist hetzelfde. Je eigen gender is geen keuze, maar het is wel iets dat je zelf aangeeft — niemand anders kan het voor je bepalen.

Als iemand als persoon man is, of vrouw is, dan heet dat: binair. Als die binaire indeling van gender te krap is voor iemand, dan heet dat: non-binair. Het merendeel van intersekse mensen is als persoon man of vrouw, dus binair in gender. Er zijn ook intersekse personen die als persoon niet strikt man óf vrouw zijn, dus non-binair in gender.  

Als iemand veel lichaamsdelen heeft die heel anders zijn dan het eigen gender, dan heet dat: transgender. Transgender zijn is een natuurlijke ervaring. Het is een brede paraplu-term, waar non-binaire mensen en intersekse mensen welkom bij zijn. Het is altijd aan iemand zelf om te beslissen of het woord transgender goed voelt.

De meeste transgender mensen herkennen zichzelf niet in intersekse-ervaringen, en zijn geen deel van de inter-gemeenschap. De meeste intersekse mensen herkennen zichzelf ook niet in transgender-ervaringen, en zijn geen deel van de trans-gemeenschap.

Maar: een aanzienlijk aantal mensen is transgender én intersekse. Zij zijn dan geboren met lichamelijke kenmerken waarvoor de indeling “man óf vrouw” te krap is, én ze zijn als persoon heel anders dan de lichaamsdelen waarmee ze zijn opgegroeid. Iemand met zo’n ervaring kan dan dus deel zijn van de inter-gemeenschap én van de trans-gemeenschap. Mensen in deze groep kunnen veel extra barrières en onbegrip meemaken in de zorg.

Er is in de wetenschap het idee dat transgender zijn eigenlijk ook een vorm van intersekse is. Iemands gender wordt daarbij als een lichamelijk kenmerk gezien, dat zich vanzelf op een eigen manier heeft ontwikkeld tegenover andere geslachtskenmerken. Een groeiend aantal transgender mensen en intersekse mensen voelt zich goed bij deze wetenschappelijke blik, omdat het erkenning biedt voor de veelzijdigheid van de mens. Andere mensen voelen zich juist fijner bij het idee van gender als deel van iemands ziel, in plaats van als iets lichamelijks. Natuurlijk zijn er nog veel meer perspectieven.

Taboe

Intersekse mensen maken erg veel taboe mee in de maatschappij. Waar komt dit vandaan? Kort samengevat heerste er vroeger een sterk ideaalbeeld: namelijk een hetero-huwelijk. En daar hoorde ook penetratieve seks (penis-in-vagina) bij.
 
Intersekse kinderen van wie de geslachtsdelen buiten de hokjes “penis” en “vagina” vielen, zoals kinderen met een falloclitoris, werden standaard geopereerd. Het doel van de operaties was om penetratieve seks uiteindelijk wel mogelijk te maken voor ze. Dit betekende dat bij veel intersekse kinderen in het ziekenhuis een typische vulva met vagina werd gemaakt. Regelmatig gebeurde dit al in de baby-tijd. Als een arts het nodig vond, werden hun natuurlijke gonaden verwijderd, en werden ze dus levenslang afhankelijk gemaakt van externe hormonen. Ze hebben nooit de kans gehad om aan te geven of ze die medische behandelingen wilden, of ze überhaupt interesse hadden in penetratieve seks, en of ze eigenlijk wel vrouwen waren in gender.
 
Ook nadat sociale normen over het huwelijk versoepelden, bleef dit lichamelijk misbruik onder het mom van “normalisering” nog lange tijd protocol. Ouders kregen van artsen te horen dat zulke operaties voor hun kinderen noodzakelijk zouden zijn. Ook kregen ze het advies mee om alles geheim te houden, ook tegenover de geopereerde kinderen zelf. Intersekse werd gezien als zó beschamend dat erover moest worden gezwegen. Wanneer de kinderen zelf vragen hadden, werden er soms medische drogredenen verteld, en werden medische dossiers niet gedeeld. Deze non-consensuele, niet-noodzakelijke medische behandelingen zijn een grove schending van mensenrechten.
 
Daarnaast ervaren intersekse personen ook andere vormen van medisch misbruik en trauma. Vaak komt het voor dat artsen zonder gezondheidsreden vragen of ze “even mogen kijken,” of zomaar foto’s nemen. Intersekse kinderen worden erg vaak behandeld als casus, als rariteit, of als iets dat “genormaliseerd” zou moeten worden — in plaats van gewoon als kind.
 
Al deze lichamelijke schendingen hebben ertoe geleid dat veel intersekse mensen zich geïsoleerd hebben gevoeld in hun leven. Ze kunnen hierdoor hevig ontvreemd zijn van hun eigen lijf, hun seksualiteit, hun familie, de medische wereld, en andere mensen in de intersekse-gemeenschap.

Buiten medisch geweld om maken intersekse mensen ook regelmatig sociaal geweld mee: uitsluiting, pesten, en discriminatie.
 
Zie ook:

In de laatste jaren zijn de gesprekken over intersekse-emancipatie meer op gang gekomen. Intersekse activisten spreken zich nu uit voor hun eigen autonomie en voor erkenning van hun verhalen. In dit proces kan de medische wereld (en de rest van het sociaal domein) actief worden betrokken. Het doel is om te erkennen dat het niet beschamend of schadelijk is om intersekse te zijn, maar dat juist het taboe eromheen beschamend en schadelijk is.

Het taboe doorbreken

Intersekse mensen maken onnodige uitdagingen mee, zoals onzichtbaarheid en stigmatisering. Tegelijkertijd ervaren intersekse personen veel discriminatie – in de zorg, op de werkvloer, in de sport en in het dagelijks leven. Uit onderzoek van FRA (2023) komt naar voren dat 27% van de intersekse mensen discriminatie ervaart op hun werk, wat zelfs kan leiden tot wegpesten of ontslag. Onbekend maakt vaak onbemind.
 
Als professional kun je hier iets aan doen. NNID, expertisecentrum seksediversiteit, biedt praktische stappen voor inclusie, op basis van jarenlange ervaring en een behoefteonderzoek onder intersekse personen.

  • Maak intersekse zichtbaar. Dit kan je doen door de intersekse-vlag te hijsen, door intersekse mensen een podium te bieden, en door intersekse ervaringen integraal mee te nemen in het inclusie-standpunt van je organisatie.
  • Bouw kennis op. Organiseer kennissessies met factsheets, nodig workshopleiders uit, en deel documentaires met je team (bijvoorbeeld de gratis NPO-documentaire “Kiezen, snijden, zwijgen”).
  • Zet ervaringen centraal. Ervaringskennis biedt unieke inzichten die cijfers, beleidsstukken en algemene kennis vaak niet kunnen geven. Door te luisteren naar de verhalen van mensen die intersekse zijn, krijg je toegang tot perspectieven die niet alleen beleidsmatig waardevol zijn, maar die ook emotioneel resoneren en de motivatie versterken om inclusie serieus te nemen. Hiervoor kan je Intersekse Ambassadeurs uitnodigen.
  • Neem seksediversiteit op in het HR-beleid. Het is cruciaal dat HR-professionals worden getraind in intersekse-inclusie, zodat ze bewust kunnen omgaan met zaken zoals verlofregelingen, pesten op de werkvloer, en met privacy rond medische informatie en onnodige geslachtsregistratie. Inclusief beleid straalt bovendien uit dat de organisatie diversiteit serieus neemt, wat bijdraagt aan een cultuur van respect en vertrouwen. Dit werkt niet alleen voor intersekse medewerkers, maar bevordert een inclusieve werkplek voor iedereen.

Praktische tips voor op jouw werk

  • Schaf onnodige geslachtsregistratie af waar mogelijk.
  • Faciliteer gender-inclusieve toiletten en voorzieningen.
  • Bied flexibel verlof voor medische redenen of voor transitieverlof.
  • Train HR-personeel in het omgaan met intersekse werknemers.

Een goede manier om inclusief te zijn is met taalgebruik: door niet alleen over mannen óf vrouwen en jongetjes óf meisjes te praten, maar gewoon algemeen over mensen.

Een inclusieve benadering

Door intersekse mensen direct te betrekken bij je werkzaamheden, kan je hun ervaringen centraal stellen. Let er daarbij altijd op dat je hun (medische) privacy bewaart. Zorg er goed ook voor dat je niet zomaar onbetaald werk vraagt van ervaringsdeskundigen, zeker op het gebied van medische, seksuele of sociale trauma’s. Werk je al samen met intersekse mensen? Laat de regie over wat ze willen delen dan altijd bij henzelf.
 
Inclusie is een continu proces. Het is belangrijk om in het oog te houden hoe ver je bent gekomen en waar nog werk te doen is. NNID biedt de {i}nclusief scan voor organisaties om samen elk beleid te meten, te bespreken, en aan te scherpen. Op deze manier kan je als organisatie bijdragen aan intersekse-inclusie.

Een lijst met links

Deel deze pagina

Meer vragen over…